Rangko cave Flores Indonesië

Donderdag 19 oktober aankomst Flores

Aangemeerd en wel bepakken wij onze ruggen weer met backpack en gaan op zoek naar ons hotel. Na een paar dagen primitief te hebben geleefd hadden wij wel behoefte aan een fatsoenlijk bed, dus hebben wij een luxe hotel geboekt voor 2 nachten. Eindelijk douchen!

Onze Spaanse vrienden zitten in hostel Ciao, dat ongeveer 100m hoger op de heuvel ligt dan ons hotel. We spreken met z’n vieren af bij het allerbeste Italiaanse restaurant van de wereld 😉. Nou ja… voor ons is dat nu in ieder geval even zo. Maar voor we daar heen gaan genieten wij van ons prachtige uitzicht vanaf het hotel op de baai en pakken we een (voor duurzame begrippen) iets te lange douche.

Made in Italy! We bestellen alsof we 4 dagen niets gegeten hebben. Nu scheelde dat ook vrij weinig, aangezien het eten op de boot niet altijd even veel was. Er waren momenten bij dat het eten gewoon op was, terwijl nog niet iedereen iets op zijn of haar bord had kunnen scheppen. We leken op een gegeven moment wel wilde apen..

Een pizza ‘to share’ en een heerlijke pasta met een aantal biertjes, cocktails en een limonchello als toetje. We laten dit diner goed smaken en aan het eind van de avond vallen onze oogjes zowat dicht aan tafel. Uitgeput gaan we naar ‘huis’, heerlijk een schoon en zeewater vrij bed. De volgende morgen zijn we weer vroeg van de partij om een excursie te doen naar Rangko cave.

Met een auto van het hotel van de meiden gaan we richting een dorpje ten Noorden van Labuan Bajo, genaamd Rangko. Dit is een klein vissersdorpje, waarvandaan we met een traditioneel vissersbootjes naar de grot varen.

Maar het avontuur begint al in de auto, de onverharde weg is hier de oorzaak van. Hobbelend en schokkend zitten we in de auto, ik moet me goed vasthouden om niet alle kanten op te vliegen. Hoe doen zij dit in het regenseizoen? Daar is geen beginnen aan zonder fatsoenlijke 4×4?! Afijn, wij komen na 1,5 uur heelhuids aan, zonder te hebben overgegeven. Bij het dorpje aangekomen lopen we naar het strand waar ze bezig zijn me het maken van een nieuw bootje en waar de koeien, geitjes en kippen los rondlopen.

Met 7 en mensen, een kapitein en een paar kinderen bedwingen we de woeste golven, wat Peet niet lukt, want die is in no-time zeiknat. Na een half uurtje varen komen we aan op een klein strandje, waar alleen een klein hutje staat gemaakt van bamboe en een paar golfplaten. We springen uit de boot en klimmen op slippers via een pad naar de grot.

Hier kunnen we lekker chillen en een beetje van de rotsen afspringen. Vooral Peet steelt hier de show, omdat ze niet onder wil doen voor de jongens die als apen overal op klimmen. Het lukt haar aardig en komt op de rotsen ook een heel eind, al kruipen die jongens ongeveer 3 keer zo hoog. Ik weet niet hoe ze dit doen, maar ze doen het. Voor ik het weet springt er weer een naar bendeleden, waarbij ik me afvraag waar hij vandaan komt. Na een uurtje met ons groepje te zijn geweest komt er een nieuwe groep en hebben wij de grot niet meer voor onszelf alleen. Jammer. We besluiten nog even op het strand te chillen voor we weer terug gaan naar Rangko.

Hier zeiknat aangekomen, lopen we een huisje binnen van een familie en krijgen we lunch geserveerd. Een beetje voorzichtig beginnen we te eten (het is gelukkig vegetarisch dus veel kan er niet fout gaan), maar al snel zit iedereen te smullen van de soep en rijst met lekker sterke sambal.

Na de hobbelige terugweg doen we in de middag niet zoveel. Christina en ik besluiten de volgende dag te gaan duiken en daarvoor moet er nog wat geregeld worden. Reserveringen, maten doorgeven en papierwerk invullen.