Rinjani dag 1 | Lombok

Woensdag 11 oktober

De dag is aangebroken dat we richting Gunung Rinjani vertrekken. We hebben met Asier afgesproken om ons tegen 15uur op te halen en ons dan af te zetten in Bangsal, waarvan we van auto en chauffeur wisselen en richting het Noorden van de berg rijden. Door wat vertragingen onderweg is Asier ruim een uur later, maar dan gaan we eindelijk.

De Gunung Rinjani is een actieve vulkaan op het eiland Lombok, omdat Indonesië middenin ‘the ring of fire’ ligt zijn hier erg veel vulkanen, waarvan je er een aantal kan beklimmen. Er zijn verschillende trekkings en wij kiezen voor de 3 dagen/2nachten tour. Een extra bij onze tour is dat we de nacht van te voren al in de buurt slapen, zodat we niet extreem vroeg uit bed moeten. Tegen 19 uur komen we aan in een klein dropje, waar ik de naam niet van weet. Er staan hier een aantal bungalows, waarvan er 1 voor ons is. Vanaf de buitenkant lijkt het op een rieten picknickmand van ongeveer 100 jaar oud. Naja, de komende nachten zullen ook geen luxe zijn, dus dan kunnen we er beter maar aan wennen.

We hebben ook buren, een jongen uit Frankrijk en zijn vriendin uit Canada. Zij hebben het net iets te gezellig en ik hoor dingen die ik niet wil horen, waar onze tactvolle Petra wel raad mee weet. Nadat ze hard roept niet te willen meegenieten van hun pleziertje houdt het gelukkig op. De toon is gezet, dat zal gezellig worden als ze bij ons in de groep zitten. (Dit was natuurlijk ook het geval, bleek de volgende morgen).

Na een redelijke nachtrust vertrekken we de volgende morgen rond 7 uur richting de voet van de berg. Achterin een pick-up zitten we met onze tourgenoten, de porters en onze gids Mus (spreek je uit als Moose, wat zijn naam niet beter maakt).

Hobbelend en stuiterend arriveren we op plaats van bestemming. We schrijven ons in bij een kantoortje, in ouderwetse boeken. Je naam, waar je vandaan komt en je paspoortnummer. Voor het geval dat 😉…

Nog een flesje water en een cola en we zijn op pad. We lopen op een savanne achting landschap langzaam omhoog. Na een half uur heb ik het al zo warm, dat het zweet aan alle kanten druppelt, en niet veel later met straaltjes over mijn rug dwarrelt. OMG… dit gaat nooit goed komen. Met mijn sarong over mij hoofd, als een echte moslima, klim ik omhoog en het wordt steiler en steiler. Het is zwaar, nu al heel zwaar. Langzaam verdwijnt de zon af en toe achter de wolken, die zich tegen de eerste stop al rondom ons bevinden. We krijgen hier een prima lunch, maar helaas wel tussen al het afval van de velen die ons voor zijn gegaan. Wat ontzettend zonde is dit. Het maakt ze hier niks uit, overal gooien ze hun afval neer, de normaalste zaak van de wereld blijkbaar. Als hier niks aan veranderd dan vermoed ik dat over een paar jaar niemand meer hierheen wilt. Dan is er niet veel meer over dan een vuilnisbelt… stiekem hoop ik dat ze tegen die tijd het licht hebben gezien, maar ik twijfel er sterk aan, zolang er zoveel corruptie is in dit land.

Na de lunch gaan we verder omhoog, klauteren over zandpaden en rotsen. Inmiddels zijn er twee meiden bij ons kamp gevoegd, Suus en Marte. Peet loopt met Suus verder, omdat zij ongeveer hetzelfde tempo hebben. Marte en ik lopen 10 minuten daar achter. Klimmen is niet mijn sterkste kant, dat weet ik nog van de tochten in Zuid Amerika, maar ik verleg graag een grens en ga door.

Tegen half 6 bereiken we dan eindelijk de top voor vandaag, badend in het zweet, maar kamp 1 is bereikt. Ook hier moet je door het vuilnis heen kijken naar het prachtige uitzicht. Binnen enkele seconden heb je zicht op het kratermeer, nadat de wolken zijn weggewaaid en andersom. Na ons diner kruipen we in bed om vervolgens om 02.00 uur wakker te worden. De nacht was niet best op die dunne matjes, maar ik heb het gelukkig niet koud gehad.

Na een paar crackers gaan we ervoor, op naar de top van Gunung Rinjani. Het begin is gelijk al pittig, los zand en losse stenen op een steile helling maken het niet eenvoudig om te blijven staan. We genieten ondertussen van de mooiste sterrenhemel die ik ooit heb gezien. Ik heb het weer zwaar en ga erg langzaam, maar omdat we vandaag 4 jaar samen zijn, wil Peet mij niet alleen laten lopen en kijken we samen hoe ver we gaan komen. Het is koud op de berg en het waait ontzettend hard, maar stapje voor stapje komen we een heel eind. Tegen 6 uur komt de zon op en genieten wij ruim over de helft van de laatste klim van de zonsopkomst.

Een prachtig gezicht is het om de schaduw van de berg in het meer te zien verschijnen. Ik vind het moeilijk om echt te genieten tegen de pijn in, maar dwing mezelf er toe. Dit is waar je het voor doet. Uitrusten doen we wel weer als we thuis zijn 😉.

Op ons gemak gaan we terug naar beneden en genieten. Op een uitglijder van Peet na, die behoorlijk pijnlijk is, verloopt dit goed. Het wordt nog wel even spannend of we door kunnen, maar bikkel dat het is verbijt de pijn en daalt later de ochtend mee af voor dag 2.